Wednesday, 28 November 2007

Coffee Consociationalism


In Nederland zorgt je baas voor koffie. Overal waar ik heb gewerkt, van houtgroothandels in de haven tot de universiteit, van IKEA tot een nationale krant, stond er een koffiemachine waar alle werknemers gratis koffie kregen. En als de organisatie te klein was voor een koffiemachine werd er verse koffie gezet, gratis voor iedereen. We moeten ons toch niet voorstellen dat onze baas ons laat betalen voor koffie?!

Wel, als je naar het buitenland verhuist leer je nog eens wat over Nederland. Die vanzelfsprekendheid geldt echt niet overal. Hier in Engeland op de universiteit is er geen gezamenlijke gratis koffiemachine, iedereen moet zelf voor zijn koffie zorgen; bij de koffiebar om de hoek, of het zelf zetten. Zoals veel collega's heb ik dan ook zo'n drukpotkoffiezetter gekocht, en zet op mijn kamer mijn eigen koffie. Toen ik hier net kwam vroeg ik waar de koffiemachine was, en toen bleek dat die er niet was, was alleen ik verbaasd. Het is kennelijk helemaal niet vanzelfsprekend hier dat je baas voor koffie zorgt. En als je erover nadenkt, waarom zou zij? Je baas betaalt ook je lunch niet, of je frisdrank, of je mars-reep. Ja, van koffie wordt je wakker en ga je harder werken, maar op een hongerige maag is het ook niet goed werken, en toch betaalt je baas je eten niet. Of, in elk geval niet direct, via je salaris wel natuurlijk. Maar je koffie kan toch ook van je salaris, en als dat niet kan krijg je te weinig betaald. Kortom, helemaal niet zo vanzelfsprekend.

In Nederland wel, het idee dat de baas gratis koffie levert is zo ingesleten dat er revoluties zouden uitbreken als het werd afgeschaft. En het heeft ook zeker een andere prettige functie. De koffiekamer of de plek rond het koffieapparaat is vaak een heel gezellige plek, waar mensen een kort praatje maken en roddels uitwisselen. Het heeft dus ook een sociale rol, die ik bij het op mijn kamer zelf koffie zetten wel mis.

Het is ook een heel egalitaire plek. Vaak zitten mensen in kantoren naar hierarchie verdeeld verspreid over kamers, gescheiden van mensen hoger of lager in de hierarchie. Maar iedereen komt samen rond het koffieapparaat. Bij het koffieapparaat kunnen de baas en de junior elkaar op gelijke voet aanspreken, of in elk geval een praatje maken. In Engeland bestaat zo'n plek ook wel: de pub waar je na je werk wat gaat drinken. Ook daar mengt iedereen, geholpen door alcohol. Maar seniore werknemers, mensen met kinderen, etc, doen daar toch vaak niet aan mee. Maar iedereen gaat naar het koffie of thee-apparaat.

Misschien zit daar wel een tot nu toe over het hoofd geziene kiem voor ons Hollandse overlegsysteem in. Het poldermodel, een uitvloeisel van wat politicologen consociationalism noemen, is gebaseerd op goed overleg tussen werkgevers en werknemers, tussen de elite met macht aan de top van de hierarchie, en de massa beneden in de hierarchie met de vinger op de stakings-knop. In Nederland lossen we dat vaak op met overleg, polderen, op gelijke voet tussen de baas en de werknemer. Die baas en werknemer moeten dan wel bereid zijn op gelijke voet met elkaar te praten, en misschien is de basis daarvoor welgelegd rond het koffiezetapparaat.
-
# Vraag aan wie het weet: is het gratis leveren van koffie aan werknemers in Nederland zelfs een wet, of alleen in CAO's vastgelegd, of puur gewoonte?
## Wat zijn de ervaringen van mensen wat betreft leveren van gratis koffie in andere landen?

Wednesday, 21 November 2007

Tweede herfst


15 oktober


31 oktober


6 november


15 november


gisteren

De Indian Summer in Sheffield is voorbij. Begin oktober zei de docent van mijn fotocursus dat 'de herfst het moiset seizoen is om te fotograferen omdat et altijd zo zonnig is met mooi licht.' Ik vond het apart, ik associeer herfst vooral met regen, wind, en diepgrijze luchten. Maar hij had gelijk, hier geen regen, maar prachtige stralende hemel met mooi licht op goudgeeloranjerode bomen. Sheffield's Indian Summer.
Maar nu is de tweede herfst aangebroken, die van regen, wolken en wind. Erg veel regent het nog altijd niet, maar het ziet er toch allemaal anders uit. En, de bladeren zijn van de bomen. De fotos hierboven zijn met mn mobiele telefoon gemaakt vanuit mn kantoorraam.

Wednesday, 14 November 2007

Week van het licht, of toch niet?



Afgelopen week was de week van het licht en vuur. Vorige week maandag was Guy Fawkes Day. Guy Fawkes was een Engelse katholiek die in 1605 met anderen samenzweerde om het door protestanten gedomineerde Engelse parlement op te blazen. Hun snode plannen werden ontdekt, Fawkes werd gepakt, uitgebreid gemarteld, en vervolgens opgehangen en gevierendeeld, allemaal in detail te zien in Madame Tussaud.
De Engelsen zijn daar nog altijd zo blij om dat ze elk jaar de dag dat hij gepakt werd vieren, ook wel bekend als 'Bonfire Night'. Traditioneel gebeurt dat door een pop - de 'Guy' - te verbranden op een vreugdevuur. Maar dat is tegenwoordig meer iets voor padvinders, de meeste mensen houden het bij vuurwerk. Veel vuurwerk, en niet alleen op Bonfire Night, maar de dagen ervoor ook.
Op maandag ging ik dus kijken, vanaf mijn heuvel, naar het vuurwerk, net als de hele buurt, gezellig op de heuvel. Het was mooi, er was vuurwerk, maar eerlijk gezegd viel het een beetje tegen, als je Amsterdam met nieuwjaar gewend bent. De reden is niet dat er weinig vuurwerk is. Of dat het niet mooi is (bijna alleen siervuurwerk, geen rotjes). Maar dat er geen duidelijk moment is waarop het wordt afgestoken. Ergens gedurende de avond, maar verspreid over vele uren. Nu ja, niet gezeurd.
Er leek een herkansing te zijn, want vrijdag was het Diwali, het Hindu 'Lichtjesfeest', dat ook wordt gevierd met vuurwerk, en lichtjes opgehangen op straat. Ik toog dus na werk naar de Indiase wijk van Sheffield, Burngreave. Maar ik kwam van een koude kermis thuis. Zoveel Indiers heeft Sheffield niet, maar 2 %, meer Pakistanen, Chinezen en Polen, en kennelijk niet genoeg Hindus om een straatfeest te organiseren. In Leicester, niet ver hiervandaan, is 20 % van de inwoners Hindu en ziet het er zo uit:

Daar had ik naar toe moeten gaan. In Sheffield was er wel een viering in de Hindu tempel, maar meer besloten. Er was licht in de tempel, maar dat was toch niet het licht waarvoor ik gekomen was.
Als klap op de vuurpijl (pun intended) van mijn licht-loze week viel donderdagavond om half 6 de electriciteit uit in de universiteit. Ik was nog aan het werk, en verloor uren nog niet opgeslagen werk. In het stikkedonker stommelden we naar buiten. En toen we vrijdagochtend terug kwamen, was de universiteit nog gesloten. Er bleek een brandje in een electriciteitsstation geweest te zijn, de hele campus was getroffen. Alles draaide op generators, en we hadden er misschien wel kunnen werken, maar de powers that be besloten dat ze geen idee hadden of het computersysteem, de brandalarmen en de veiligheidscamera's en alarmen het zouden houden, en dus werd de universiteit voor drie dagen, tot maandag, gesloten. Volgens een collega die hier al 25 jaar werkt is dit de eerste keer dat de electriciteit uitvalt.
Ik moest er wel wat om lachen, als een boer met kiespijn dan. In Santo Domingo ben ik het uitvallen van de electriciteit wel gewend geraakt. Daar is de (private) universiteit prima voorbereid, elke dag valt de electriciteit wel een keertje uit, en na een seconde of twee pakt een generator alles weer op. Geen probleem. Hier ligt meteen voor dagen alles plat. Het toont aan hoe enorm afhankelijk we zijn van altijd beschikbare electriciteit, en dat alles in het honderd loopt als dat wegvalt.

Wednesday, 7 November 2007

Reclame en geografische kennis


Mijn eerstejaars studenten moeten voor hun tutorial een essay schrijven over representaties van Groot-Britannie in reclame. Materiaal is niet moeilijk te vinden, en de meesten kwamen dan ook met mooie geijkte voorbeelden van nostalgische plaatjes van het Engelse platteland en contemporaine verbeeldingen van multiculti Britain. Maar behalve reclame over Britain zie ik ook veel reclame vóór Britain, dat wil zeggen oproepen om Britse produkten te kopen. Dat heb je in Nederland ook wel, maar hier kom je de Union Jack op voedsel als stempel van kennelijke kwaliteit toch nog veel vaker en meer ‘in-your-face’ tegen. Maar gelukkig is de Buy British campagne niet puur chauvinistisch, het sluit ook goed aan bij een hier daadwerkelijk sterk opkomend ecologisch bewustzijn en een streven de ‘carbon footprint’ van je lamslapje laag te houden.
Volop Britain dus in de reclame. Buitenlandse produkten moeten het met veel oppervakkigere stereotypen doen. Zo wordt de herkomst van onze eigen nationale trots Heineken in de nieuwste reclame hier teruggebracht tot een onderdeel van een amorf geheel dat het ‘Continent’ heet. Heineken is een 'Continental beer'. En de eerste associaties die de doorsnee Brit heeft met het Continent zijn zaken als ‘strand’, ‘zon’, ‘corruptie’, ‘mode’, ‘culinaire liflafjes’, ‘snorren’, ‘wijn’, 'verwijfde mannen die ondanks dat toch onze vrouwen versieren'. Kortom, het Continent ligt in Zuid-Frankrijk. En dus past bij een Continentaal produkt, wat Heineken kennelijk is, een Frans accent en ingewikkeld gedoe met kreeften, en de vrouw het hoofd op hol. Typisch Heineken, heerlijk helder, huh?



Biertje?
Maar de oppervlakkige kennis van Britten over het buitenland wordt natuurlijk gelukkig altijd nog ruim verslagen door de Amerikanen. Vergeleken met de VS is het VK altijd toch wel weer helemaal Europees. Hoewel je die vergelijking wel nodig hebt om dat te beseffen.
Ik heb nu via mijn satteliet Fox News, Dick Cheney’s favoriete zender. Het buitenlands nieuws daar gaat letterlijk als volgt, ik heb aantekeningen gemaakt:

“Now to Pakistan. Yes, it’s far away, and you probably think when we talk about what is happening in a foreign country like that: ‘What does it mean to me?’.
President Musharraf won the election, the opposition is protesting in the streets, Musharraf suspended the constitution, state of emergency, whawhablabla, why should I care?!
We’ll tell you. You should know that Pakistan is on the front line of the war on terror. Pakistan is a US ally, and we invest 2 billion dollar a year in Pakistan’s military. 2 billion of our tax money. So Musharraf was warned by the US not to suspend the constitution. But he did it anyway!
He says he is protecting the nation from Islamic extremists.
Also, with instability in the region you are going to see oil prices rising. That’s not good.
And Pakistan has nukes. You worry about Iran getting nukes? The last thing the US wants to see is an enemy Pakistan with nukes!
So, it’s helpful to see what we’re up against. After the break we’ll continue with the difficult situation Oprah Winfrey is in. Stay tuned…”


I kid you not.

Wednesday, 31 October 2007

Sky is the limit



Tot een paar weken geleden las ik een boel, niet alleen ter voorbereiding van mijn colleges, maar thuis en in de bus, voor de lol, romans. In September ongeveer een dikke pil per week. Zafon, Luijendijk, Orwell, Ngozi Adichie, Mandela, Ignatieff, Toynbee, kaft tot kaft, tot een week of drie geleden. Sindsdien worstel ik me traag door Paul Theroux’s Dark Star Safari heen. Niet omdat het slecht is, zeker niet. Omdat ik het heel druk heb op mn werk, zeker, ook in de weekends. Maar daarnaast, voor de paar uur die ik nog over heb per week, heb ik nu ook de keus om, ja, TV te kijken.
En wat een keus! Ik heb namelijk Sky, een schotel, waarnaar mijn programma’s rechtreeks worden toegestraald vanaf mijn satteliet. Sky, en sattelietschotels aan je huis geplakt, zijn erg populair hier. Niet alleen in wijken met mensen die verlangen naar soaps uit Ankara en Casablanca, of zelfs Delhi, Karachi en Lagos, maar ook in blanke wijken. Je hebt hier namelijk niet overal kabel, en je moet toch de hele dag live voetbal kunnen kijken, nietwaar?
Eigenlijk heb ik Sky niet voor de TV, maar voor de gratis broadband die ze erbij doen, samen een prima deal. Maar het betekent wel dat ik prachtig scherp beeld heb, en keus uit 559 kanalen. Echt waar, het is me nog niet gelukt op een avond van begin tot eind door het hele aanbod te zappen.
Het is werkelijk ongelooflijk. Waanzinnig. Natuurlijk, BBC1 en BBC2, en ITV, maar ook BBC3, BBC4, ITV2, 3 en 4, en een hele massa andere kanalen vooral volgeprogrammeerd met herhalingen, maar ook met de uitstekende documentaire over Jacques Brel die ik op dit moment kijk.
En dan honderden themakanalen. Daaronder vier kanalen met 24 uur per dag politieachtervolgingen, 17 filmkanalen, 30 cartoon channels (waaronder een Baby TV en een Babyfirst, je kan niet vroeg genoeg beginnen), 31 muziekkanalen (waarvan 6 MTV-versies), 27 sportkanalen (waaronder 2 aparte golf-kanalen, 3 paardenracekanalen, Manchester United TV, Chelsea TV, Realmadrid TV en Liverpool CTV), 8 nieuwskanalen (waaronder Al-Jazeera, Russia Today en France 24), en niet minder dan 15 TV-domineezenders (GOD Channel, GOD Europe, Wonderful, TBN Europe, Daystar, Revelation, UCB TV, Inspiration, Loveworld TV, EWTN, Gospel Channel, World Network, Genesis, Faith, en Angel). O ja, en een Islam Channel en Muslim TV. En natuurlijk een kleine vijftig zenders in spannende talen zoals Chinees, Hindi, Urdu en hele reeksen uit Afrika en het Midden Oosten. En dan nog 250 andere zenders.
Daar zitten ware juweeltjes tussen. Zo heb ik twee kanalen die simpelweg ‘Trouble’ heten. Ik heb Legal TV met de hele dag rechtszaken en advocatenseries. Voor enkele tientallen pornokanalen moet je bijbetalen maar ik heb wel toegang tot Playboy One, met naast commercials om lid te worden van het echte Playboy betaalkanaal programma's in de trant van Expeditie Robinson-in-bikini. Ik kan 24/7 naar Wedding TV kijken, en de dag erna naar Wedding TV 2. Fashion TV natuurlijk, of Horse&Country TV. Of wat dacht je van LivinginSpain TV?
En dan mijn favorieten: Wine TV, met de hele dag wijngaarden en wijn spugende snorremansen. En dan last but certainly not least Xleague.tv-TV, waar je 24 uur per dag Japanse en andere puistige jochies computerspelletjes ziet doen, becommentarieerd door twee Amerikaanse commentatoren die uit hun dak gaan alsof het een basketbal-wedstrijd betreft. Zelf de hele dag computerspelletjes spelen is al erg genoeg, anderen die dat doen becommentarieren nog triester, en als je daar vervolgens vanop je driezits naar gaat kijken kan je echt niet veel dieper meer zinken. Misschien wordt het tijd voor weer een paar pagina’s Theroux...




Wednesday, 24 October 2007

Schaapjes

Ik heb al verschillende vragen gekregen naar een oordeel over de verschillen tussen Britse en Nederlandse studenten. Ik heb wat eerste indrukken, maar het is nog te vroeg voor een echte vergelijking, dat komt later wel.
Maar als tutor van eerstejaars heb ik al wel de gelegenheid gehad het specifieke gedrag van net in een vreemde stad aangekomen achtienjarigen met een voor hen nog vreemde rol als volwassen individuen. Elke dinsdag geef ik twee groepen van zes eerstejaars een tutorial, iedere groep tweewekelijks. Een collega doet hetzelfde een uur eerder dan ik. We delen sinds afgelopen week potten koffie en thee en pakken koekjes voor onze studenten, om een ongedwongen atmosfeer te creeren, en omdat we dinsdagmiddag aan het eind van de dag zelf ook wel trek hebben in koffie en koekjes. Vorige week bood ik dus koffie, thee, en koekjes aan aan de jongens en meisjes. De eerste hoefde geen warme drank, “I’m fine, thank you”, en alle anderen hoefden vervolgens ook niet meer. Ze namen wel allemaal een koekje. Deze week bood ik hetzelfde aan, de eerste nam koffie, en vervolgens namen ze allemaal koffie. Daarna ging ik rond met de koekjes, en geen van hen hoefde een koekje, “I’m fine thank you”.
Vorige week dacht ik nog dat het overdreven beleefdheid, of een nieuwe gezondheidshype over caffeine en theine was. Maar toen gisteren het patroon precies andersom was, snapte ik dat het een groepsreactie was, kuddegedrag. Het zijn nog jongetjes en meisjes in een nieuwe wereld, die tijd nodig hebben om iets meer persoonlijkheid en durf te ontwikkelen. Dat komt vanzelf. Het is ook de rol van de universiteit en hun tijd als student om ze van schaapjes in gemzen te veranderen. Jammer is wel dat het ook zijn weerslag heeft op het academische werk. Ik had ze gevraagd hun opdrachten niet alleen mee te nemen naar de tutorial, maar ze ook maandagavond rond te mailen naar iedereen, zodat ze ze konden bekijken vantevoren en in de les bekritiseren. Iedereen deed netjes de opdracht, maar er kwamen geen mailtjes. Ik zie voor me dat ze maandag de hele avond voor de computer zaten, te wachten tot de eerste een mailtje stuurde...

Wednesday, 17 October 2007

Een kleine sociale geografie van de aardappelchip


Gefrituurde aardappelplakjes zijn een soort Coca-Cola of Microsoft, wereldwijd populair en overal te krijgen. En, overal in verschillende smaken, reflecties van sociaal-ruimtelijke en cultureel-historische verscheidenheid. Zo heb je in Engeland natuurlijk de salt & vinegar smaak, net zoals je hier zout en azijn op je patat doet. Eigenlijk raar dan dat we in Nederland geen mayonaise-smaak chips hebben. Inplaats daarvan moeten we het doen met de enigszins misselijkmakende en gastronomisch-historisch moeilijk te plaatsen paprika smaak. Het is in elk geval minder ambitieus en fris dan die andere Engelse klassieker, de Prawn-Coctail chips.
En daarmee komen we bij een recente ontwikkeling in chips-land, de categorie uiterst onwaarschijnlijke smaken. Want hoeveel garnalen zouden er nou echt in die chips zitten? En maakten ze in de fabriek eerst een mooie garnalen-cocktail in een elegant glas met een blaadje sla, of doen ze de garnalen, de cocktailsaus en de sla onceremonieel apart bij de te bakken aardappels? En wat te denken van barbeque smaken, geroosterde kip smaak, en dergelijke. Net zoiets raars als appeltaart-ijs, of chocoladekoekjes-ijs, iets Amerikaans, land van onbegrensde mogelijkheden. Ik zag hier zelfs biefstuk-met-bruin-bier-smaak chips. Geeft toch aan dat we tot eerder niet voor mogelijk gehouden technologisch-culinaire hoogten zijn gestegen, nietwaar?
Het biedt ook extra mogelijkheden voor ruimtelijke identificatie via de aardappelchips. Je kan een nationaal gerecht in chips verwerken, ter meerdere eer en glorie van het vaderland. In de Dominicaanse Republiek heb je ‘Pescado con Coco’-smaak chips, gewoon van wereldmerk Lay’s. Ook daarbij vraag je je toch af hoeveel in kokos gestoofde vis er is gebruikt. Bij ons is het dan wachten op de hutspot-smaak pringles, of de erwtensoep-ribbelchips, of misschien de koek-en-zopie-chips. Toch niet ondenkbaar in deze tijden van nationaal historisch besef, Trots op Nederland, en collectief georganiseerd terugvinden van onze vaderlandsliefde.
Daarnaast haal je natuurlijk via de chips tegenwoordig ook nog heel multicultureel de wereld bij je in huis. Zo heb je typisch Aziatische produkten als Thai Chili chips, (‘sweet’ of ‘spicy’) en ‘Rice Infusion Pringles’. Je waant je in de sawas of in Siam. Nou, een klein beetje dan, met je ogen dicht.
In Engeland is wat anders aan de gang. Want waarom werelden importeren als je zelf al twee werelden hebt, middle class en working class. Een produkt dat de afgelopen tien jaar een ongekende vlucht heeft genomen is de luxe-chips. Gewoon chips, maar dan in ‘posh’ uitvoering. Je had altijd al de ambachtelijke Kettle chips, lekkerder, knapperiger en ‘authentieker’ eruitziend, en met ‘echte’, subtielere smaken. Duurder ook, veel duurder. Het aanbod luxe-chips is inmiddels onnoemlijk groot. De ambachtelijk-ouderwetse chips merken met chips-zoals-in-grootmoeders-tijd buitelen over elkaar. Het is maar dat grootmoeder het weet. Allemaal met authentiekere vormen en kleuren, en in authentieke nep-papieren, ouderwetse, zakken. Maar eigenlijk natuurlijk van precies hetzelfde materiaal, en wat erin zit is uiteindelijk toch gewoon chips. En de meeste merken houden het bij de bekende smaken, zoals salt & vinegar of cheese & onion. Maar dan luxe varianten. Dus heb je niet gewoon zout & azijn, maar zeezout & chardonnay-wijnazijn. Of vintage cheddar & lenteui chips. Het moet toch niet gekker worden. Ik zag zelfs zeezout & champagne-azijn chips voor de wel heel gedistingeerde aardappeleter. Nog even en je hebt connaiseurs die een Dom Perignon-chip van een Veuve Clicquot-chip kunnen onderscheiden. De Tesco luxe-chips die ik net op heb (Mature Cheddar & Caramelised Onion) zijn ‘handgebakken’. Ik kan me er met de enorme massaproduktie van Tesco weinig bij voorstellen. En dan, volgens de omschrijving, nog niet zomaar ergens in een achterafloods handgebakken, maar ‘in a converted 17th century castle in the rolling hills of County Armagh’. De associaties met ouderwetse authenticiteit, rurale idylle, en sociale klasse liggen er duimendik op.
Uit de ruimtelijke spreiding van verkooppunten van luxe en gewone chips wordt de sociale betekenis van de aardappelchips duidelijk. In arbeiderswijken heb je alleen de ouderwetse eerlijke salt & vinegar chips en de andere bekende smaken, vaak ook nog verkrijgbaar van een extra goedkoop B-merk. In de nettere wijken, en in bastions van hoog-cultuur zoals de universiteit, vindt je vele soorten luxe-chips. In onze universiteits-staf pub kan je autenthieke Yorkshire-chips kopen van een zogenaamd eeuwenoud lokaal famliebedrijf, in verschillende fancy smaken. De aardappelchips is duidelijk een instrument van sociale distinctie, een essentieel element van Brits cultureel kapitaal. Mensen zonder Smaak eten gewone massa-chips. En mensen die weten hoe het hoort eten luxe-chips. En mensen die écht weten hoe het écht hoort, eten helemaal niet zoiets vulgairs als koude gefrituurde aardappelplakjes uit een plastic zakje.